Uithuiszetting

Teaser: 

Soms kan de verhuurder aan de vrederechter vragen om de huurder uit de woning te laten zetten

Description: 

In sommige gevallen kan de verhuurder aan de vrederechter vragen om de huurder uit de woning te laten zetten. Deze uithuiszetting kan bijvoorbeeld wanneer de huurder al enkele maanden de huur niet meer betaalt. Andere redenen om tot deze actie over te gaan: de huurder vernielt de woning of zorgt voor ernstige burenhinder.

More Info: 

De rechter zal met verschillende factoren rekening houden bij zijn uitspraak, zoals de leeftijd van de huurder, de financiële en gezinssituatie, maar ook met uiterst ernstige situaties zoals bijvoorbeeld een ongeneeslijke ziekte.

De uithuiszetting moet steeds worden gemeld aan het OCMW, zodat deze een betere bijstand kan bieden.

Vervolgens kan de rechter de uithuiszetting uitspreken. Dit vonnis wordt dan door de deurwaarder bekendgemaakt aan de huurder. Vanaf dan heeft de huurder één maand de tijd om de woning te verlaten. Dit kan soms langer of korter zijn, bijvoorbeeld wanneer huurder en verhuurder zelf een andere termijn zijn overeengekomen. De gerechtsdeurwaarder moet de huurder in elk geval vijf werkdagen van tevoren de exacte datum van de uithuiszetting meedelen.

Indien de huurder geen gevolg geeft aan het vonnis, wordt tijdens de eigenlijke uithuiszetting elk meubel dat zich nog in de woning bevindt op kosten van de huurder op de openbare weg gezet. Wanneer de goederen de openbare weg belemmeren, worden ze door het gemeentebestuur op kosten van de huurder weggehaald en gedurende zes maanden bewaard, tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid.

Het gemeentebestuur legt van alle weggenomen en bewaarde goederen een register aan. De huurder kan kosteloos een uittreksel bekomen uit dat register. Het gemeentebestuur kan de teruggave van de goederen afhankelijk stellen van de betaling van de kosten voor het weghalen en het bewaren van de goederen. Goederen die niet voor beslag vatbaar zijn, zoals bedden en beddengoed, kleren en kleerkast, strijkijzer, wasmachine, eettafel met stoelen, koelkast, … moeten sowieso aan de huurder worden teruggegeven, zelfs al is deze niet in staat om de kosten voor het weghalen en het bewaren van de goederen door de gemeente te betalen.