CD&V wil nieuwe regelgeving rond medehuur en overlijden van de huurder

14 maart 2017
Teaser: 

Het contract van een huurder die overlijdt, moet sneller ontbonden kunnen worden. Dat willen meerderheidspartijen CD&V en N-VA in de nieuwe versie van de huurwet die vorige week besproken werd in de Commissie Wonen van het Vlaams Parlement. Ook CIB Vlaanderen was aanwezig om er de visie van de sector te geven.

Huuropzeg bij overlijden

Wie als erfgenaam geconfronteerd wordt met de huurovereenkomst van iemand die een huis of appartement huurde, is vandaag al snel enkele duizenden euro’s aan opzegtermijnen en -vergoedingen kwijt.

“Huurcontracten van drie jaar of minder kunnen binnen de huidige wetgeving niet vroegtijdig worden beëindigd, ook niet bij een overlijden. In zo’n geval ben je als erfgenaam dan aangewezen op de goodwill van de eigenaar om een vroegtijdige beëindiging te regelen. Als die niet wil meewerken, hang je gedurende de hele resterende periode vast aan een contract dat nutteloos is maar waar je wel voor moet betalen”, zegt Jelle Engelbosch (N-VA). “Dat moet veranderen. Een opzegperiode van bijvoorbeeld twee maanden die automatisch start na het overlijden én een vast bedrag van één maand wederverhuringsvergoeding lijken mij zeer billijk. En dat voor zowel de korte als de negenjarige contracten.”

Door de opzeg automatisch te laten ingaan, wil Engelbosch ook het probleem van de huurder zonder erfgenamen oplossen. “Vandaag is een eigenaar soms maanden in de weer om te achterhalen wie de erfgenamen zijn en heeft hij al die maanden geen huurinkomsten. In het nieuwe systeem zou hij na twee maanden terug over zijn woning kunnen beschikken.”

Medehuurderschap

Tijdens de commissie stelde An Christiaens (CD&V) ook het medehuurderschap voor. Vandaag wonen maar liefst 140.000 Vlamingen samen zonder recht op bescherming en jaarlijks eindigt het samenwonen voor 70.000 mensen door overlijden van de partner of het stuklopen van de relatie. “Dat kan bij het huren van een woning tot heel wat problemen leiden”, zegt An Christiaens (CD&V), die hierover een conceptnota heeft geschreven.

Wanneer partners gaan samenwonen in een huurwoning, is het vaak zo dat slechts één van beiden het huurcontract afsluit. “Dat betekent dat de inwonende partner niet verantwoordelijk is voor contractuele verplichtingen, maar ook dat hij of zij geen woonzekerheid heeft”, zegt Christiaens. “Om meer gelijkheid te scheppen in deze vaak voorkomende situatie stel ik het medehuurderschap voor: in zo’n geval wordt de huur dus toegewezen aan beide partijen. Bij een overlijden of in een conflictsituatie staan beide partners in dat geval even sterk.”

CD&V stelt voor om voor feitelijk samenwonenden het medehuurschap automatisch toe te passen vanaf twee jaar samenwonen. “Voor feitelijk samenwonenden die minder dan twee jaar samenwonen is het medehuurderschap optioneel: de partners kunnen de verhuurder op de hoogte brengen van hun samenwonen via een aangetekend schrijven.”

Bron: Het Belang van Limburg

Je kan de hoorzitting hier herbekijken (tussenkomst CIB Vlaanderen vanaf min. 42).
 

Share: