EPC wordt ook verplicht voor woningen die niet worden verwarmd

20 april 2016
Teaser: 

De Vlaamse Regering gaf onlangs haar principiële goedkeuring aan het ontwerp van besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft diverse bepalingen inzake energie-efficiëntie. Dit ontwerp van besluit bevat een aantal aanpassingen voor de EPC-regelgeving. Zo zal het EPC ook verplicht worden voor wooneenheden die niet worden verwarmd.

We zetten de aanpassingen even op een rijtje.

1. Het EPC wordt ook verplicht voor wooneenheden die niet verwarmd worden
Woningen die niet verwarmd worden, vallen momenteel onder een wettelijke uitzonderingsregel en moeten niet over een EPC beschikken bij verkoop of verhuur. In het Belgische klimaat is het echter meer dan waarschijnlijk dat er in deze woningen op korte termijn toch een verwarmingsinstallatie zal worden geplaatst om een aangename binnentemperatuur te bereiken. Alle wooneenheden worden daarom als verwarmd beschouwd, ongeacht of ze op het moment van de verkoop of verhuur van de woning over een vaste verwarmingsinstallatie beschikken.

De datum waarop de uitzonderingsregel voor woningen zonder verwarming wordt geschrapt, moet nog door de minister bevoegd voor het energiebeleid worden vastgelegd, zodra de aanpassing van het besluit definitief is en het inspectieprotocol en de software zijn aangepast. Naar verwachting zal er in het najaar meer duidelijkheid zijn wanneer de uitzonderingsregel voor woningen zonder verwarming wordt geschrapt.

2. Permanente vorming ook verplicht voor energiedeskundigen type A
Naar analogie met de verslaggevers zullen ook de energiedeskundigen type A in principe vanaf 1 januari 2017 permanente vorming moeten volgen. Het is immers noodzakelijk dat zij op de hoogte zijn van de laatste stand van zaken van de techniek en de laatste ontwikkelingen inzake inspectieprotocol en software. De vorming moet gegeven worden door een erkende vormingsinstelling. De minister zal in het najaar van 2016 de uren vrije en verplichte vorming vastleggen samen met de inhoud van de verplichte vorming. De permanente vorming zal via de Energieprestatiedatabank kunnen worden opgevolgd.

3. Het gebruik van het EPC bouw en het EPC niet-residentiële gebouwen als EPC voor publieke gebouwen
Als er een EPC bouw beschikbaar is, moet er geen bijkomend EPC voor publieke gebouwen worden opgemaakt. Dit EPC bouw mag opgehangen worden op een voor het publiek duidelijk zichtbare plaats. Op termijn zal ook het EPC voor niet-residentiële gebouwen worden aanvaard als EPC voor publieke gebouwen. Bedoeling is om beide systemen naast elkaar te laten bestaan en de publieke organisatie de keuze te geven om voor een berekend energieverbruik of voor een gemeten energieverbruik te kiezen.

Het advies van de SERV, de MINA-Raad en de VREG over dit ontwerpbesluit wordt eerstdaags verwacht. Na verwerking van het advies zal het ontwerp van besluit worden voorgelegd aan de Raad van State. De definitieve goedkeuring wordt tegen de zomervakantie verwacht. Dan kan gestart worden met het opmaken van de ministeriële besluiten.

Bron: VEA

Share: