Kandidaat-koper aanvaardt tegenbod verkoper, die op zijn beurt weigert

05 september 2017
Teaser: 

Wanneer een kandidaat-koper het tegenaanbod van de verkoper, dat de vastgoedmakelaar hem heeft meegedeeld, heeft aanvaard en het voorschot heeft betaald, dan is er enige grond om te stellen dat er een verkoopovereenkomst tot stand is gekomen. In dat geval kan aan de verkoper een verbod worden opgelegd onder de verbeurte van een dwangsom om nog publiciteit te maken voor het verkochte goed. Zo oordeelde de rechtbank van eerste aanleg in Leuven in een vonnis.

De feiten
Een vastgoedmakelaar vond een kandidaat-koper, maar zijn bod werd door de verkopers geweigerd. Zij deden wel een tegenbod dat de kandidaat-koper aanvaardde, waarna deze het voorschot stortte. De verkopers gaven echter alsnog te kennen het bod als niet-acceptabel te beschouwen. De rechter in Leuven moest zich vervolgens uitspreken over de vraag of de verkopers nog publiciteit mochten voeren om de woning aan een andere geïnteresseerde te kunnen verkopen.

Stil aan de kant van de verkopers
Want logischerwijs ging de kandidaat-koper niet akkoord met de werkwijze van de verkopers, die bovendien aan de vastgoedmakelaar de opdracht hadden gegeven om het voorschot terug te storten. Volgens de kandidaat-koper was er wel degelijk sprake van een verkoopovereenkomst na het ontstaan van een akkoord over prijs en goed. Bovendien had de koper het voorschot ondertussen gestort op de derdenrekening van de vastgoedmakelaar. De koper stelde zich dan ook tot doel om de uitvoering van deze verkoopovereenkomst via juridische weg af te dwingen. Zijn raadsman maande de verkopers aan om intussen onmiddellijk alle publiciteit met betrekking tot de tekoopstelling van de woning te staken, alsook om het staken van deze publiciteit uitdrukkelijk aan hem te bevestigen.

Aangezien er geen reactie kwam van de verkopers, schreef de raadsman van de kandidaat-koper de verkopers nogmaals aan met de vraag om te bevestigen dat de woning niet meer zou worden verkocht. Zijn vraag vond echter opnieuw geen gehoor. De woning stond nog steeds te koop, er werd nog steeds publiciteit gemaakt en er vonden nog bezoekdagen plaats.

Vordering tot staking
De kandidaat-koper zag zich genoodzaakt om een vordering tot staking van deze activiteiten in te stellen voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Leuven, gelet op de hoogdringendheid. Het risico bestond namelijk dat de verkopers de woning een tweede keer zouden verkopen, dit keer aan een derde partij, onafgezien van het reeds bestaan van een geldige verkoopovereenkomst.

De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg in Leuven oordeelde dat de kandidaat-koper geheel terecht een stakingsvordering had ingesteld, ‘gezien de reële dreiging tot verkoop van de woning’. Hij verbood de verkopers dan ook om nog publiciteit te voeren rond de verkoop van hun woning en verbood hen bovendien om hun woning nog verder te koop te stellen, dit alles onder de verbeurte van een dwangsom. Deze maatregelen zouden komen te vervallen indien de kandidaat-koper niet binnen een termijn van één maand een dagvaarding ten gronde zou uitbrengen, teneinde juridisch het bestaan van een geldige koop-verkoop te laten vaststellen en vervolgens deze overeenkomst ofwel te laten ontbinden ten laste van de verkopers, dan wel de gedwongen uitvoering ervan te eisen.

(Bron: Voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg Leuven, 18 augustus 2015)

 

Share: