Laattijdige registratie en de opschortende voorwaarde

28 oktober 2016
Teaser: 

De Vlaamse Codex Fiscaliteit bevat een zware boete bij de laattijdige registratie van documenten die om fiscale redenen ter registratie moeten worden aangeboden, zoals verkoopovereenkomsten (onderhands en authentiek). Hoe worden deze boetes echter opgelegd wanneer er sprake is van een opschortende voorwaarde?

 Art. 3.18.0.0.11 stelt: ‘Een belastingverhoging van 20 % van de registratiebelasting, respectievelijk van de aanvullende rechten, is verschuldigd door de persoon die binnen de voorgeschreven termijnen de akten of geschriften die aan de registratieformaliteit zijn onderworpen, niet heeft laten registreren.' Dit impliceert een boete van 1% van de verkoopprijs bij klein beschrijf en 2% bij groot beschrijf.

Wat in geval van een opschortende voorwaarde?

Hoe worden deze boetes echter opgelegd wanneer er sprake is van een opschortende voorwaarde? Daar heeft VLABEL via een standpunt verduidelijking in proberen te brengen. Volgens het standpunt hanteert VLABEL dezelfde aanpak als de FOD Financiën vroeger. Toch is het interessant om het standpunt eens van naderbij te bekijken.

Wanneer een onderhandse akte een opschortende voorwaarde bevat, ontstaat de registratieverplichting – evenals de opeisbaarheid van de registratiebelasting – pas op het ogenblik dat de voorwaarde is vervuld.

VLABEL verduidelijkt dat er dan, binnen de vier maanden na de vervulling van de voorwaarde, een akte of verklaring ter registratie moet worden aangeboden waarin wordt verklaard dat de voorwaarde is vervuld. Deze akte of verklaring is de titel voor de heffing van de registratiebelasting.

In geval van de laattijdige registratie van deze verklaring en/of de notariële akte, kunnen de volgende scenario’s zich voordoen:

  • Eerste mogelijkheid

Meer dan vier maanden na de vervulling van de voorwaarde wordt een onderhandse verklaring ter registratie aangeboden.

VLABEL stelt dat de boete/belastingverhoging van 20% verschuldigd is en dat zij deze zal vorderen van de partijen.

  • Tweede mogelijkheid

Binnen de vier maanden na de vervulling van de voorwaarde wordt tijdig een notariële akte opgemaakt, maar buiten de vier maanden ter registratie aangeboden.

In dit scenario is geen belastingverhoging verschuldigd. De notariële akte zelf is tijdig geregistreerd maar er is geen onderhandse verklaring tijdig aangeboden. VLABEL aanvaardt hierbij dat de opeisbaarheid van de belasting gebaseerd kan worden op de tijdig geregistreerde notariële akte.

  • Derde mogelijkheid

Binnen de vier maanden na de vervulling van de voorwaarde wordt een notariële akte opgemaakt, die laattijdig ter registratie wordt aangeboden.

Hetzelfde scenario als hierboven speelt zich af, maar de notariële akte wordt ditmaal laattijdig geregistreerd. VLABEL beschouwt dat de notaris hier in de fout gaat en stelt dat de belastingverhoging verschuldigd is door de notaris.

  • Vierde mogelijkheid

Meer na vier maanden na de vervulling van de voorwaarde wordt een notariële akte opgemaakt, die zelf tijdig ter registratie wordt aangeboden.

De opmaak van de notariële akte is laattijdig. VLABEL zal de belastingverhoging van 20% vorderen van de partijen.

  • Vijfde mogelijkheid

Meer na vier maanden na de vervulling van de voorwaarde wordt een notariële akte opgemaakt, die zelf ook laattijdig ter registratie wordt aangeboden.

Er zijn twee gevallen van laattijdigheid waardoor VLABEL twee maal de belastingverhoging zal invorderen. Daarvoor zal VLABEL éénmaal de partijen aanspreken (laattijdigheid van de opmaak van de notariële akte) en éénmaal de notaris (laattijdigheid van de registratie van de notariële akte).

Bron: Standpunt nr. 16082 dd. 20 september 2016.

Share: