Nieuw sectorakkoord door langetermijnbril bekeken

23 oktober 2015
Teaser: 

In de toekomst zal iedereen langer moeten werken, dat is binnen de vastgoedsector niet anders. En dan kan je je werknemers maar beter zo gemotiveerd mogelijk houden tot het einde van de rit. Die boodschap hebben de sociale partners van de vastgoedsector alvast begrepen. Zopas sloten ze een sectorakkoord dat volop de langetermijnkaart trekt. Onder andere permanente vorming, outplacement en loopbaanbegeleiding vormen daarbij de sleutelwoorden.

In elke sector voeren vertegenwoordigers van de werknemers (de vakbonden) en de erkende vertegenwoordigers van de werkgevers (de beroepsverenigingen) om de twee jaar onderhandelingen om een akkoord te sluiten over loon- en arbeidsvoorwaarden in de sector.

Na de gebruikelijke onderhandelingen bereikten de sociale partners van de vastgoedsector op 5 september een akkoord over een nieuw sectorakkoord. Op dinsdag 20 oktober ondertekenden de werkgevers en de vakbonden vertegenwoordigd in het Paritair Comité 323 de tekst van het sectorakkoord voor 2015 en 2016. Sommige bepalingen van dit akkoord zullen in de komende weken worden omgezet in sectorale CAO’s, waarna deze akkoorden van toepassing worden op alle werknemers en werkgevers uit de sector.

Het Paritair Comité 323 is bevoegd voor alle personeel tewerkgesteld door Verenigingen van mede-eigenaars, voor personeelsleden van werkgevers die een eigen onroerend patrimonium beheren, voor personeelsleden tewerkgesteld door vastgoedmakelaars, syndici en rentmeesters en tot slot ook voor de dienstboden.

Het sectoraal akkoord werd gesloten met respect voor de loonnorm die voorzien is in de wet van 28 april 2015.

Het protocol van akkoord omvat 9 hoofdstukken.

  1. Koopkracht: op 1 januari 2016 worden de barema’s met 0,50% verhoogd. Voor de werknemers die boven barema worden betaald moet het loon op 31 december 2016 0,50% hoger zijn dan op 1 januari 2015.Index- en baremieke verhogingen worden buiten deze verhoging gehouden. Maar de verhoging mag ook gerealiseerd worden middels een gelijkwaardig voordeel, zoals hogere maaltijdcheques.
     
  2. 2de pensioenpijler: er zal worden onderzocht of de reserves van solidariteit toelaten om na 2017 de voordelen voor het luik solidariteit van de 2de pensioenpijler uit te breiden, evenwel zonder verhoging van de bijdragen.
     
  3. Conciërges: na ontslag moet een conciërge de conciërgewoning verlaten. Aan de hand van concrete cases zal onderzocht worden of de huidige regeling volstaat of dat een specifieke regelgeving nodig is of niet.
     
  4. Werkbaar werk/waardig werk: de nog behouden mogelijkheden van tijdskrediet blijven binnen de sector aangehouden. Verder zal onderzocht worden welke oplossingen kunnen worden voorgesteld om oplossingen op maat van de bedrijven en de werknemers van de sector voor te stellen om iedereen tot de pensioenleeftijd werkbaar en waardig werk aan te bieden.
     
  5. SWT (de nieuwe afkorting voor brugpensioen): de nog behouden mogelijkheden voor het stelsel van werkloosheid met bedrijfstoeslag (SWT  of brugpensioen) blijven in de sector behouden. Bij de verdere afbouw van SWT zullen er middelen vrijkomen. De middelen die in de toekomst vrijkomen zullen besteed worden aan initiatieven met betrekking tot werkbaar werk.
     
  6. Eindejaarspremie: ondanks het zogeheten “eenheidsstatuut” zijn er nog altijd belangrijke verschillen tussen de eindejaarspremie voor arbeiders en bedienden. Er zal worden bekeken hoe men de verschillen kan wegwerken en de uitbetaling kan uniformiseren.
     
  7. Beroepsopleiding: de sociale partners engageren zich om maximale inspanningen te leveren om de participatiegraad aan de sectorale opleidingsinitiatieven te verhogen.
     
  8. Syndicale afvaardiging: slechts enkele ondernemingen in de sector hebben een syndicale afvaardiging. Waar mogelijk zullen een aantal procedures voor oprichting van de syndicale afvaardiging worden vereenvoudigd. Het gaat hier dus enkel om administratieve vereenvoudiging. De minimale voorwaarden voor het oprichten van een syndicale delegatie worden niet verlaagd, zodat er ook geen stijging van het beperkt aantal syndicale delegaties valt te verwachten.
     
  9. Uitvoeren van vorige akkoorden: de sociale partners kwamen tot slot overeen om de punten van vorige akkoorden die nog zouden openstaan alsnog uit te voeren.

Verder bouwen

De sectorale onderhandelingen zijn, naar aloude traditie in onze sector, vlot verlopen met een evenwichtig sectoraal akkoord als resultaat. Het nieuw sectoraal akkoord bouwt verder op een langetermijnvisie die onder meer inzet op gegarandeerde barema’s, maar ook op een ruime vrijheid voor de werkgevers die ervoor kiezen hun werknemers boven barema te verlonen. We willen alle werknemers in de sector tot aan hun pensioenleeftijd gemotiveerd aan de slag houden. Daarom blijven we inzetten op permanente vorming, outplacement, coaching, loopbaanbegeleiding en voor elke werknemer een aanvullend sectorpensioen.

Share: