Warmtemetingen appartementsgebouwen: nieuwe regels definitief goedgekeurd

20 december 2016
Teaser: 

Onlangs lieten we weten dat er nieuwe regels op komst zijn die de installatie van individuele verbruiksmeters voor het warmte-, koelings- of warmwaterverbruik verplichten in de meeste appartementsgebouwen en dit uiterlijk op 31 december 2016. Vorige vrijdag keurde de Vlaamse regering een besluit rond warmtemetingen definitief goed. Het is nu enkel nog wachten op de publicatie hiervan in het Belgisch Staatsblad.

Wijziging Energiebesluit

Art. 7.8.1 van het Energiedecreet bepaalt het volgende:

§ 3. De beheerder van een stadsverwarmingsnet of van een centrale bron die verschillende gebouwen of verbruikers bedient, zorgt er voor dat tegen uiterlijk 31 december 2016 in appartementengebouwen en multifunctionele gebouwen met een centrale verwarmings/koelingsbron of met levering vanuit diens stadsverwarmingsnet of diens centrale bron, individuele verbruiksmeters geïnstalleerd worden om het warmte- of koelingsverbruik of warmwaterverbruik voor iedere eenheid te meten.

De Vlaamse Regering kan uitzonderingen bepalen voor die gevallen waar het niet technisch haalbaar of niet kostenefficiënt is om een dergelijke meter te installeren. De Vlaamse Regering bepaalt aan welke voorwaarden deze meters moeten voldoen. De partijen die via dit decreet en zijn uitvoeringsbesluiten toegang krijgen tot de gegevens uit deze meters zorgen ervoor dat te allen tijde de dataveiligheid gegarandeerd wordt en voldaan wordt aan de privacywetgeving.

De Vlaamse Regering kan nadere regels bepalen betreffende de transparante en accurate berekening van het individuele verbruik en voor de verdeling van de kosten van het thermische of warmwaterverbruik voor:

1° warm water voor huishoudelijk gebruik;

2° warmte uit de installatie van het gebouw voor de verwarming van de gemeenschappelijke ruimten;

3° voor het verwarmen van appartementen.

Krachtens het Energiedecreet is er dus een verplichting om uiterlijk tegen 31 december 2016 in appartementsgebouwen met een centrale stookplaats individuele verbruiksmeters te installeren. Deze verplichting rust op de beheerder van deze centrale bron die verschillende verbruikers bedient. De Vlaamse regering had echter nog nergens uitzonderingen bepaald of de voorwaarden gedefinieerd waaraan deze meters moeten voldoen. Evenmin waren er tot op heden ‘nadere regels’ bepaald voor de transparante en accurate berekening van het individuele verbruik.

Het Besluit dat afgelopen vrijdag werd goedgekeurd komt hieraan tegemoet.

Uitzonderingen op de verplichte installatie

Het plaatsen van individuele verbruiksmeters voor het warmte-, koelings- of warmwaterverbruik is niet verplicht voor bestaande appartementengebouwen en bestaande multifunctionele gebouwen met een centrale verwarmings- of koelingsbron of met levering vanuit een stadsverwarmingsnet waar, uiterlijk op 31 december 2016, al individuele meters geplaatst zijn die, bij de plaatsing, voldeden aan de op dat moment geldende vereisten van het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende meetinstrumenten of het koninklijk besluit van 15 april 2016 betreffende meetinstrumenten.

De individuele verbruiksmeter voor het verwarmingsverbruik mag vervangen worden door de plaatsing van warmtekostenverdelers op radiatoren als

(1) het warme water voor verwarming wordt aangevoerd of afgevoerd op verschillende punten in het appartement of

(2) door plaatsgebrek aanpassingen van de verwarmingsleidingen noodzakelijk zijn om de individuele verbruiksmeter te plaatsen of

(3) op 31 december 2016 reeds warmtekostenverdelers geplaatst waren.

De plaatsing van individuele meters voor het koelingsverbruik of het warmwaterverbruik is niet vereist wanneer (1) het koude water voor koeling of het warm tapwater wordt aangevoerd of afgevoerd op verschillende punten in het appartement of (2) door plaatsgebrek aanpassingen van de koelleidingen of warmwaterleidingen noodzakelijk zijn om de individuele verbruiksmeter te plaatsen. Een individuele meter voor het verbruik van warm (tap)water wordt tevens niet verplicht wanneer er op 31 december 2016 al individuele kostenverdelers voor het verwarmingsgebruik zijn geplaatst.

Steeds verplicht bij nieuwbouw, ingrijpende renovatie en vervanging van bestaande meters

Al deze uitzonderingen gelden niet wanneer het gaat om een nieuw of ingrijpend energetisch gerenoveerd appartementsgebouw. In deze gebouwen moeten steeds individuele verbruiksmeters geïnstalleerd worden. Wanneer bestaande warmtekostenverdelers en/of centrale of individuele warmte-, koude- of warmwatermeters worden vervangen zal men voortaan ook steeds moeten kiezen voor individuele verbruiksmeters.

Overgangsbepaling

Als enige overgangsbepaling geldt dat het plaatsen van individuele meters niet verplicht zal zijn indien (1) een gebouw voor 31/12/2018 ingrijpend energetisch zal worden gerenoveerd, ontmanteld of afgebroken, of indien (2) voor 31/12/2018 de verwarmingsinstallatie of de warmwaterleidingen grondig zullen gerenoveerd of vervangen worden. In dit geval zouden de meters eerst moeten ingebouwd worden, terug uitgebouwd en weer ingebouwd, wat niet kostenefficiënt is.

Individuele verbruiksmeters voor het warmte-, koelings- of warmwaterverbruik en warmtekostenverdelers voor radiatoren zullen ook verplicht zijn indien de eenheid niet beschikt over radiatoren die voorzien zijn van een thermostatische radiatorkraan.

Handhaving

Het Besluit bevat nog een aantal onduidelijkheden o.m. met betrekking tot de handhaving van de nieuwe regelgeving. De sancties op inbreuken zouden immers via een decreet geregeld worden. Wat we wel al weten, is dat het toezicht uitgeoefend zal worden door de VREG, die zal werken aan de hand van de gegevens in de energieprestatiedatabank. Daarin zitten vooral gegevens van nieuwe gebouwen en van gebouwen die recent ingrijpend energetisch zijn gerenoveerd. Het is nog onduidelijk hoe de VREG in deze context de naleving van de verplichtingen in appartementsgebouwen zou opvolgen. Mogelijks komen er steekproeven of controles bij klachten van (mede-)eigenaars of huurders.

Eisen t.o.v. de individuele verbruiksmeters

De verplichte individuele verbruiksmeters moeten aan bepaalde eisen voldoen. Zo moet het gaan om verbruiksmeters van het integrale type. De maximaal toelaatbare fout moet voldoen aan nauwkeurigheidsklasse 2 voor thermische energiemeters en de gegevens moet zowel ter plaatse als vanop afstand afleesbaar zijn. De meters moeten continu werken en correct worden onderhouden. Minstens elke 10 jaar moet geverifieerd worden of voldaan is aan de technische specificaties van het product. Is dat niet het geval, dan moet de meter worden vervangen.

Europese Richtlijn

De reden voor de plotse haast ligt bij een Europese Richtlijn, die uiterlijk tegen 31 december 2016 moet omgezet zijn in nationale regelgeving. Het gaat meer bepaald om de Richtlijn betreffende energie-efficiëntie, die dateert uit 2012. Deze Richtlijn stipuleert dat tegen 31 december 2016 individuele verbruiksmeters moeten worden geïnstalleerd om het warmte- of koelingsverbruik of warmwaterverbruik voor iedere eenheid te meten, behalve waar dat niet technisch haalbaar en niet kostenefficiënt is. De omzetting van deze Richtlijn heeft lang on hold gestaan. De deadline nadert echter met rasse schreden, waardoor minister Tommelein nu plots een tempo hoger moet schakelen.

Meer info: Besluit van de Vlaamse Regering houdende wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft warmtemetingen.

Share: