BTW op verhuur onroerende goederen: positivisme, maar wachten op concretisering

Na de begrotingscontrole door de Federale regering raakte het voorbije weekend bekend dat men de invoering van BTW op de verhuur van bedrijfsvastgoed opnieuw had bekeken en dat de maatregel nu dan toch nog zou worden uitgevoerd. Een maatregel die overigens eind vorig jaar was afgeserveerd omwille van financieel niet haalbaar. Het verhaal kreeg nu dus opnieuw een andere wending, eentje dat overigens voor vele vastgoedontwikkelaars en -investeerders met plannen voor nieuwe of gerenoveerde gebouwen als muziek in de oren zal klinken. Toch blijft het nog even wachten op concrete teksten.

Zonder dat de details van de regeringsbeslissing bekend waren, verschenen vooral op de sociale media heel wat - doorgaans positieve reacties - op de beslissing. Sommigen spraken van "een BTW-revolutie voor de vastgoedsector". De maatregel zou een boost geven aan de bouw van bedrijfsvastgoed. De maatregel was al voorzien in de algemene beleidsnota van minister van Financiën Van Overtveldt en beslist in het Zomerakkoord (2017). In oktober 2017 raakte dan bekend dat de BTW-hervorming er dan toch niet zou komen wegens te duur. Terwijl iedereen toen dacht dat we terug naar af waren, besliste de federale regering afgelopen weekend dat de BTW-hervorming toch zou worden ingevoerd vanaf 1 oktober 2018.

Voorwaarden
Onder bepaalde voorwaarden zou de BTW op nieuwe of grondig vernieuwde gebouwen kunnen worden gerecupereerd mits deze goederen gedurende 25 jaar zouden worden verhuurd met aanrekening van BTW over de huurprijs. Het zou gaan om een optioneel stelsel dat enkel kan worden toegepast met akkoord van verhuurder en huurder.

BTW-plichtige ondernemingen kunnen nu reeds de BTW recupereren betaald voor de bouw, renovatie of onderhoud van hun eigen bedrijfsgebouwen. Investeerders in bedrijfsvastgoed zouden dit in de toekomst dus ook kunnen doen mits de huurder akkoord gaat dat op de huurprijs BTW wordt betaald. 

Zeker een goede maatregel, maar het is dus afwachten op meer informatie over alle voorwaarden van de hervorming om een uitspraak te doen over de gevolgen. We lezen in de regeringsbeslissing dat er een verplichte BTW-heffing komt op de kortlopende verhuur van onroerende goederen met uitzondering van onroerende goederen aangewend voor bewoning en voor handelingen van sociaal-culturele aard. Dit is kennelijk geen optieregeling. Lang niet iedereen die onroerende goederen voor korte termijn huurt, is BTW-plichtig. De huur van deze kortlopende verhuur wordt voor deze categorie onmiddellijk 21% duurder. Afwachten wie de gevolgen zal dragen van deze maatregel.

Complexe constructies overbodig
Een van de doelstellingen, minstens gevolgen, van het optioneel toelaten van te verhuren met toepassing van BTW is dat complexe constructies, die nu soms worden opgezet door investeerders en overheden om de BTW op bedrijfsvastgoed te recupereren, overbodig zouden moeten worden. De onderneming die voor eigen gebruik een bedrijfsgebouw heeft opgericht en de BTW terecht heeft gerecupereerd, zal in de toekomst het volledige of een deel van het gebouw kunnen verhuren met toepassing van de BTW. Dit zal tot gevolg hebben dat deze onderneming niet langer een deel van bij de bouw gerecupereerde BTW zal moeten terugbetalen.

Het is allemaal toekomstmuziek, maar veel ondernemingen zullen door deze maatregel hun bedrijfsgebouwen veel dynamischer kunnen beheren. Dit wordt zeker een goede en welkome BTW-hervorming voor de vele KMO's die Vlaanderen rijk is. Bovendien maakt de maatregel komaf met onze huidige concurrentiële handicap tegenover de ons omringende landen. Een systeem van vrijwillige onderwerping van een verhuring aan BTW, mits gebaseerd op de uitdrukkelijke instemming van de huurder en mits de huurder een professioneel is die zelf de betaalde BTW kan recupereren, is bovendien een goede manier om de vaak oeverloze rechtszaken tussen de fiscus en de vastgoedontwikkelaars overbodig te maken.

Share: