Hogere ouderdomsvereiste voor BTW-tarief aan 6%: uitstel, maar geen afstel

De brede bouwsector klaagt over afname van het werkvolume wat jaar na jaar resulteert in afname van de tewerkstelling in de bouwsector. Het tijdig starten met het onderhoud van nieuwe gebouwen zorgt voor tewerkstelling en voor een betere kwaliteit van het woningbestand. Net op het ogenblik dat men eigenaars zoveel mogelijk zou moeten stimuleren om te gaan renoveren komt er op 1 januari 2016 een verhoging van de ouderdomsvereiste voor het verlaagde BTW-tarief van 6%. Het signaal is duidelijk: eigenaars, wacht minstens tot uw woning 10 jaar oud is om te renoveren. Het terechte protest van onze sector én de bouwsector leidde tot een voorlopig uitstel, maar helaas geen afstel.

Sinds de publicatie van het federale regeerakkoord in oktober 2014 wordt er druk gespeculeerd over wijzigingen aan het verlaagd BTW-tarief van 6% voor werken in onroerende staat, in het bijzonder rond de verhoging van de ouderdomsvereiste. In het federale regeerakkoord was te lezen dat de ouderdomsvereiste voor de toepassing van het verlaagd BTW-tarief van 6% zou worden verhoogd van 5 naar 10 jaar. Deze ouderdomsvereiste stipuleert hoelang het gebouw – met hoofdzakelijk woonfunctie – in gebruik moet zijn genomen opdat men het verlaagd tarief zou kunnen toepassen. Dankzij stevig lobbywerk vanuit de bouw- en de vastgoedsector werd de invoering van de hogere ouderdomsvereiste met één jaar uitgesteld. Zo wilde de regering tegemoetkomen aan de vrees dat heel wat werken zouden worden uitgesteld en dat er tijd nodig was om een goede overgangsregeling op punt te stellen.

Daar is de overgangsmaatregel
Maar het uitstel betekende geen afstel: op 27 november 2015 keurde de ministerraad de verhoging van de ouderdomsvereiste definitief goed. Het KB is nog niet in het Belgisch Staatsblad gepubliceerd, maar intussen is er toch al heel wat informatie beschikbaar over de inwerkingtreding en de overgangsmaatregel. De nieuwe ouderdomsvereiste zal van kracht zijn vanaf 1 januari 2016. De overgangsmaatregel werd nader toegelicht door de FOD Financiën in een informatieve nota. De overgangsmaatregel bestaat er in grote lijnen uit dat de huidige voorwaarden van toepassing blijven ten aanzien van werkzaamheden onderworpen aan een stedenbouwkundige vergunningsplicht of meldingsplicht waarvoor de aanvraag of melding is gedaan uiterlijk op 31 december 2015. De betrokken facturen moeten dan wel worden uitgereikt uiterlijk op 31 december 2017. De bouwheer zou tevens van de overgangsregeling kunnen gebruikmaken indien voor de uitvoering van de werkzaamheden een contract met vaste datum is opgemaakt uiterlijk op 31 december 2015. Deze en andere voorwaarden zijn nader uitgewerkt in de nota van de FOD Financiën. Maar wees alvast gewaarschuwd: de administratieve verplichtingen verbonden aan de overgangsmaatregel zijn niet min. Tijdig in actie schieten is dus de boodschap.

Andere wijzigingen
Nu er duidelijkheid is over de inwerkingtreding en de overgangsmaatregel blijft het evenwel wachten op de publicatie van het KB om na te gaan of de regering ook om nog andere wijzigingen zal doorvoeren. Denken we maar aan de lijst van werken die voor het verlaagde tarief in aanmerking komen. In de media circuleren immers al enige tijd geruchten dat een aantal werken zouden worden uitgesloten. Het zou daarbij meer bepaald gaan om de aanleg van opritten, terrassen en de bouw van vrijstaande garages en carports.

Boodschap aan de beleidsmakers
Het uitbreiden van het toepassingsgebied van de BTW en het inperken van de weinige gunstmaatregelen die er zijn om de druk een beetje te compenseren, begint in de vastgoedsector steeds zwaarder door te wegen. Denk maar de BTW op het grondaandeel bij de aankoop van nieuwbouwappartementen en zelfs de BTW op het ereloon van de notaris. Dit alles weegt op het budget van de koper.

Nochtans blijven zowel een voldoende aantal nieuwbouwprojecten als een goede renovatiegraad cruciaal voor onze woningmarkt. Het patrimonium moet immers aan een degelijk tempo worden vernieuwd. Dat is bovendien ook waar de overheid op inzet. Denken we maar aan de duidelijke doelstellingen inzake de energiezuinigheid van ons gebouwenpark. En er is nog niet veel groot onderhoud tussen het vijfde en het tiende jaar, wat niet wegneemt dat er best geen fiscale maatregelen worden genomen die ertoe leiden dat elk onderhoud zal worden uitgesteld tot het gebouw 10 jaar oud is.

Vanuit de sector willen wij vooral een duidelijk signaal geven richting de politici: we begrijpen dat de rekeningen van de overheid ook moeten in orde zijn. De opbrengst van het verhogen van de ouderdomsvereiste zal wellicht laag, mogelijks zelfs negatief, zijn. De gevolgen voor de sector zullen wel aanzienlijk zijn, onderhoudswerken zullen gewoon worden uitgesteld. Sommige fiscale maatregelen worden verdedigd omwille van de terugverdieneffecten waar men op rekent. Bij deze BTW -maatregel moeten we een nieuw woord zoeken voor negatieve terugverdieneffecten. De verhoopte meerontvangst uit de hogere BTW-voet zal volledig verloren gaan omwille van het niet uitvoeren en vooral uitstellen van onderhoudswerken.

 

Share: