Opcentiemen per stadsdeel: nobel initiatief, maar meer vragen dan antwoorden

De meerderheidspartijen N-VA, CD&V en Open VLD hebben afgelopen weekend een voorstel van decreet ingediend om, naar eigen zeggen, de druk op de woonmarkt te verlagen. Het nieuwe decreet geeft steden en gemeenten de mogelijkheid om de opcentiemen op onroerende voorheffing per stadsdeel of wijk te laten variëren. Verlagen kan, verhogen is niet mogelijk. Een voorstel dat goed bedoeld is, maar tegelijk heel wat vragen oproept en waarbij we ons als CIB Vlaanderen zowel juridisch als naar de uitvoerbaarheid ervan vragen stellen.

In een jaar tijd zijn we met 55.000 Belgen extra. Dat blijkt uit recente cijfers van Statbel. Dat we in de toekomst wat dichter op elkaar zullen moeten wonen, daar heeft het Beleidsplan Ruimte Vlaanderen (BRV) al een eerste aanzet toe gegeven. Het pleidooi om met meer in de stadskernen te gaan wonen is daarbij niet nieuw. Het voorstel van de zogenaamde ‘buurtbelasting’ moet in dit kader bekeken worden, maar de vraag is hoe die in de praktijk zal uitgewerkt worden.

Volgens initiatiefnemer Rik Daems (Open VLD) kan je dankzij de ‘buurtbelasting’ 500 tot 1.000 euro per jaar besparen. De vraag is evenwel of dit financiële voordeel wel groot genoeg is om naar een woning in de stad te verhuizen. Een woning die je naar alle waarschijnlijkheid nog moet renoveren. Ook het feit dat je tot 1.000 euro kan besparen, lijkt fel overroepen. In de stad Antwerpen bijvoorbeeld bedragen de opcentiemen momenteel 850. Op een woning met een Kadastraal Inkomen (KI) van 1.000 euro zou dit een besparing betekenen van 378,25 euro. Het is maar de vraag of je met zo’n bedrag mensen aanzet om naar de stad te trekken. Bovendien is iedereen het er al langer over eens dat het KI als maatstaf een achterhaald systeem is dat al veel langer voor scheeftrekkingen zorgt. Ook voor de recente hervorming van de verkooprechten is, terecht overigens, van die maatstaf afgestapt.

Bijzonder complexe operatie
De vraag is bovendien hoe de markt zal reageren als er in bepaalde wijken een dergelijke verlaging wordt ingevoerd. In het verleden is al meer dan eens gebleken dat een belastingverlaging op wonen meteen door de markt gecapteerd wordt, waardoor de woningprijzen stijgen.

Feit is ook dat zo’n variabel belastingsysteem administratief gezien een bijzonder complexe operatie is die het er bovendien voor de gewone man in de straat niet makkelijker op maakt. Bovendien heb je als inwoner geen enkele vorm van zekerheid, aangezien gemeenten of steden vrij zijn om jaarlijks hun belastingtarieven aan te passen.

Gelijkheidsbeginsel
Een bijkomend probleem is het gelijkheidsbeginsel. Volgens welke principes gaat men gemeenten en steden afbakeningshandvaten aanreiken die door iedereen als rechtvaardig worden gepercipieerd? Je zal maar een buur hebben die toevallig net binnen het gebied valt van verlaagde opcentiemen, terwijl je zelf de volle pot moet betalen. Benieuwd zijn we ook hoe de Raad van State op dit voorstel zal reageren. Wie weet zet de maatregel net bepaalde gemeenten aan om te investeren in bijkomende verkavelingen, omdat ze in dat gebied dan gegarandeerd zijn van de meeste financiële inkomsten.

Meer fiscale stimulansen nodig
Kortom, het voorstel van decreet van de buurtbelasting is een nobel initiatief dat helaas meer vragen dan antwoorden oproept. Bovendien vraagt CIB Vlaanderen zich af of deze maatregel het juiste instrument is om het doel (meer bewoners naar de stadskernen)  te bereiken. Er is een veel grondigere en diepgaandere herziening nodig met het inbouwen van veel meer fiscale stimulansen waarbij men nu eindelijk eens afstapt van het verouderde Kadastraal Inkomen als basis. Ook de stedenbouwkundige voorschriften in steden dienen onder de loep te worden genomen om bijkomende verdichting mogelijk te maken.

Share: