Start van het nieuwe jaar: wat met de indexsprong?

Vorig jaar zat de indexsprong maandenlang in het nieuws. In februari werd ze goedgekeurd, en vanaf 1 april kwam er geen indexering meer. Ten onrechte wordt daarom wel eens gedacht dat indexaanpassingen tot het verleden behoren. De huurprijzen mogen net als vroeger geïndexeerd worden, maar ook de syndicus die de vorige jaren zijn ereloon kon indexeren mag dit nog steeds doen. Zelfs de lonen worden nog altijd geïndexeerd.

Loonaanpassingen op 1 januari 2016

De lonen in de sector worden één keer per jaar aangepast aan de evolutie van de index. Op 1 januari 2016 werden de lonen van alle werknemers die vallen onder het Paritair Comité voor het beheer van gebouwen, de vastgoedmakelaars en de dienstboden (PC 323) verhoogd met 0,43%. Dit is het deel van de indexering tot de aanvangsdatum waarop de indexsprong van kracht werd. De volgende indexering van de lonen is voorzien op 1 januari 2017. Van deze indexering wordt dan eerst 2%, of de indexsprong, afgetrokken. Met de lage inflatie is de kans dus groot dat er op 1 januari 2017 geen verhoging van de lonen zal zijn omwille van de indexering.

Als gevolg van de in de sector gesloten CAO’s verhoogden op 1 januari 2016 de loonbarema’s met 0,50%. Enkel de werknemers die een loon ontvangen gelijk aan het loonbarema hadden op 1 januari 2016 dus recht op een loonsverhoging van 0,50%. Deze werknemers zien hun loon verhoogd met de indexering van 0,43% én een reële loonsverhoging van 0,50%.

De werknemers die boven barema worden betaald, hebben enkel recht op de indexering van hun loon. Maar bij CAO werd ook bepaald dat het reële loon van deze werknemers, dus het loon boven de indexering, met 0,50% moet verhogen tussen 1 januari 2015 en 31 december 2016. Het wordt nog wat complexer omdat deze loonsverhoging mag worden gerealiseerd middels een gelijkwaardig voordeel. De verhoging zou bijvoorbeeld kunnen worden gerealiseerd middels een verhoging van het bedrag van de toegekende maaltijdcheques.

Verhoging van de bijdrage voor het aanvullend pensioen

Wellicht zijn er nog altijd werkgevers en werknemers in de sector die niet weten dat alle werknemers een aanvullend pensioen, de zogeheten tweede pijler, opbouwen. De werkgevers dragen via hun werkgeversbijdragen aan de RSZ bij voor dit aanvullend pensioen. In 2015 bedroeg deze bijdrage 3% van het brutoloon.

Op 1 januari 2016 verhoogde de bijdrage voor deze tweede pensioenpijler naar 3,50% van het brutoloon. Deze bijdrage zorgt ervoor dat elke werknemer een aanvullend pensioen ontvangt wanneer hij op pensioen gaat.

De loonkosten blijven dus stijgen, ondanks de indexsprong

Voor de werkgevers is het belangrijk dat ze de stijging van hun loonkosten kennen. Bij salarisonderhandelingen met medewerkers en sollicitanten is het goed om weten dat de sector in een aanvullend pensioen - gespijsd met een werkgeversbijdrage van 3,50% van het brutoloon - voorziet.

Maar de syndici zullen wel weer moeten horen dat ze te duur zijn en dat ze hun vergoeding niet zouden moeten indexeren nu er toch een indexsprong is. Ook in dergelijke discussies is het goed te kunnen aantonen dat de loonkosten in 2016 toch stijgen met 1,43%, zijnde 0,43% indexering, 0,50% reële loonsverhoging en 0,50% verhoging van de pensioenbijdragen. Naast deze verhoging van de loonkosten zijn er uiteraard ook nog de baremieke verhogingen ten gevolge van anciënniteit. De klant die denkt of beweert dat de loonkost daalt, of gelijk blijft, zit dus fout.

Investeren in kwaliteit

Zoals in zoveel andere sectoren hebben ook onze bedrijven nood aan goede medewerkers. De medewerkers moeten de juiste attitudes hebben, goed zijn opgeleid en hun kennis levenslang actueel houden. Het Sociaal Fonds voor de Vastgoedsector investeert daarom fors in bijscholing van alle medewerkers. Meer en meer werkgevers zien het belang in van permanente bijscholing van hun medewerkers.

Onze klanten, die een steeds betere dienstverlening verwachten, moeten we nog meer dan vandaag overtuigen dat een goede dienstverlening een prijskaartje heeft. Goed opgeleide medewerkers aantrekken, permanent bijscholen en correct verlonen, zal maar mogelijk blijven indien we onze klanten kunnen overtuigen om voor onze dienstverlening een correcte vergoeding te betalen.

Share: