Van registratierechten naar verkooprechten: wat is er veranderd?

De overname van de inning van de registratie- en de successierechten door het Vlaams gewest heeft tot een aantal inhoudelijke en terminologische wijzigingen geleid. Zo verdween het woord registratierechten in de verkoopovereenkomsten voor onroerende goederen gelegen in het Vlaams gewest. Vanaf nu moeten we het hebben over de verkooprechten. Aan de hoge tarieven werd evenwel niet geraakt.

Op 29 januari 2015 werd een omvangrijk decreet gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Dit decreet – dat retroactief op 1 januari 2015 in werking is getreden – bevat de diverse bepalingen die vereist zijn opdat de Vlaamse administratie (VLABEL) de inning van de registratie- en schenkingsrechten zou kunnen overnemen van de FOD Financiën.

Het oude Wetboek Registratierechten (VL) werd volledig geïntegreerd in de Vlaamse Codex Fiscaliteit (VCF). De inhoud werd daarbij radicaal hergeordend en alle artikelnummers werden gewijzigd. Zo moet bijvoorbeeld voor het standaard-abattement vanaf nu verwezen worden naar art. 2.9.3.0.2 VCF. Ook opvallend zijn een aantal terminologische wijzigingen. De verkooprechten, schenkbelastingen en erfbelastingen komen in de plaats van de registratierechten, schenkingsrechten en successierechten.

Modelovereenkomsten aangepast

De modelovereenkomsten van CIB Vlaanderen werden na de publicatie van het decreet aangepast aan de nieuwe wetgeving. Deze snelle aanpassing zorgde voor heel wat reacties. Sommige vastgoedmakelaars begrepen niet wat er gebeurde. Waar waren de registratierechten gebleven? Wat waren ‘verkooprechten’? ‘Voorkooprechten’ en ‘registratierechten’ waren begrippen die bekend in de oren klonken, maar ‘verkooprechten’?

Anderzijds feliciteerde een notaris een vastgoedmakelaar - een lid van CIB Vlaanderen trouwens - omdat hij als eerste een verkoopovereenkomst aan de notaris bezorgde die volledig aangepast was aan de nieuwe Vlaamse wetgeving. De studiedienst van CIB Vlaanderen ziet er nauw op toe dat de modelverkoopovereenkomst goedgekeurd door CIB Vlaanderen en de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat (KFBN) snel wordt geactualiseerd telkens als er wijzigingen zijn op wetgevend vlak. De boodschap is dan ook om op CIBweb.be steeds de meest recente versie van de modeldocumenten te gebruiken.

Meer dan een naamswijziging

Voor de vastgoedmakelaars zag het ernaar uit dat enkel nieuwe benamingen en artikelnummers werden ingevoerd. Niets is echter minder waar. De notaris inde vroeger de registratierechten en betaalde de ontvangen rechten door aan de ontvanger van de registratie. Nu wordt de inning georganiseerd via een aanslagbiljet dat door de Vlaamse Belastingdienst (VLABEL) wordt verstuurd aan de betrokken belastingplichtige. Die wordt nu ook expliciet geïdentificeerd in de VCF: voor de ‘verkooprechten’ gaat het om de verkrijger van het zakelijk recht.

Het wijzigingsdecreet bevat ook inhoudelijke wijzigingen. Zo moeten beroepsverkopers een nieuwe waarborg vestigen in het Vlaams gewest. Deze en andere wijzigingen kwamen overigens uitgebreid aan bod in de specifieke opleidingen die VIVO hierover in het voorjaar organiseerde.

Tarieven ongewijzigd

De registratierechten behoorden al langer tot de bevoegdheden van de gewesten die de belastbare basis of de tarieven konden aanpassen. Zo waren en zijn de tarieven voor de registratierechten in Vlaanderen lager dan in Brussel en Wallonië.

CIB Vlaanderen vraagt reeds langere tijd dat de registratierechten bij verkoop zouden worden verlaagd. Met de overname van de inning heeft dit pleidooi niet aan actualiteitswaarde ingeboet. Aan de tarieven is immers niet getornd. Alleen zullen we voortaan moeten vragen dat de Vlaamse verkooprechten – en niet de registratierechten - zouden worden verlaagd.

Verlaging van verkooprechten

Het percentage gezinnen dat eigenaar is van de gezinswoning is de voorbije jaren gedaald (van 74,4% in 2005 naar 70,5 in 2013). Het tekort aan kwaliteitsvolle en betaalbare huurwoningen stijgt, wat het gevolg is van minder investeerders in huurwoningen en een groter aantal huurders. De spanning tussen vraag en aanbod op de huurmarkt neemt zienderogen toe.

Voor wie moet betalen speelt het geen rol of het nu registratierechten zijn of verkooprechten. Verlaging van deze rechten daarentegen, zeker voor de doelgroepen, is dringend als impuls om onder meer het aanbod huurwoningen te verhogen. Een uitbreiding van het toepassingsgebied van het renovatie-abattement zou hiertoe alvast een nuttige eerste stap kunnen zijn.

Share: