Huwen: wie huurt de woning?

De huurovereenkomst betreffende de woning die bestemd is tot hoofdverblijfplaats van een getrouwd koppel wordt altijd verondersteld gesloten te zijn geweest door beide echtgenoten. Ook indien de huurovereenkomst slechts werd gesloten door een van de echtgenoten, en zelfs als de overeenkomst werd gesloten vóór het huwelijk. De huurovereenkomst is dus altijd ‘eigendom’ van beide echtgenoten.

Dit betekent dat de verhuurder verplicht is om alle opzeggingen, betekeningen en exploten met betrekking tot de huurovereenkomst in twee exemplaren afzonderlijk aan elk van de echtgenoten te bezorgen. In de praktijk zal een brief geadresseerd worden aan elk van de echtgenoten, in twee afzonderlijke omslagen.

Dit houdt dus ook in dat de opzeggingen, betekeningen en exploten door de twee echtgenoten-huurders afzonderlijk aan de verhuurder moeten worden geadresseerd.

Wat indien deze formaliteiten niet worden nageleefd? De verhuurder kan de nietigheid van de aktes die hem worden opgestuurd niet inroepen omwille van de hierboven vermelde regel, omdat deze regel de bescherming van de belangen van de echtgenoten beoogt. Elk van de echtgenoten zal nochtans de nietigheid van de akten, die slechts aan een van hen werden gericht door de verhuurder of slechts door een van de echtgenoten aan de verhuurder werden gericht, kunnen inroepen, op voorwaarde dat ze kunnen bewijzen dat de verhuurder kennis had van het huwelijk. Indien de echtgenoten deze regel willen inroepen, moeten zij in de huurovereenkomst in de praktijk uitdrukkelijk vermelden dat zij gehuwd zijn.

Indien het huwelijk pas na het sluiten van de huurovereenkomst plaatsvindt, moeten zij de verhuurder per aangetekende brief inlichten over hun huwelijk.

Beide echtgenoten zijn hoofdelijk gehouden om de huurprijs te betalen, dit wil zeggen dat elkeen door de verhuurder voor de gehele huurachterstal kan worden aangesproken.

Bovenstaande regels gelden eveneens voor wettelijk samenwonenden.