Mag de verhuurder zomaar een verhoging van de huurprijs opleggen?

Neen, niet zomaar.

Zowel de Woninghuurwet als de Handelshuurwet regelen op dwingende wijze de gevallen waarin een verhoging van de contractueel bedongen huurprijs kan worden geëist.

Wat de overeenkomsten betreft die vallen onder de Woninghuurwet, geldt volgende regeling:

Niets belet dat de huurder vrijwillig instemt met het verzoek van de verhuurder tot verhoging van de huurprijs. Is dit niet het geval, dan zal de verhuurder zijn eis moeten voorleggen aan de bevoegde vrederechter tussen de zesde en de derde maand voorafgaand aan het verstrijken van de driejarige periode. De gewijzigde huurprijs geldt vanaf de eerste dag van de volgende driejarige periode.

In twee gevallen kan de verhuurder een verhoging van de huurprijs worden toegestaan:

  • De huurwaarde van de woning is met minstens 20 % gestegen ten gevolge van objectieve oorzaken, dat zijn oorzaken die niet te wijten zijn aan de huurder of verhuurder zelf. Bijvoorbeeld: gewijzigde situatie op de vastgoedmarkt, opwaardering van de woonomgeving, …
  • De huurwaarde van de woning is met minstens 10 % gestegen ten gevolge van werken, door de verhuurder op zijn kosten uitgevoerd in de gehuurde woning. Het mag echter niet gaan om werken die door de verhuurder zijn uitgevoerd in het kader van zijn plicht om de woning in overeenstemming te brengen met de minimale eisen inzake veiligheid, gezondheid en bewoonbaarheid. 

Valt de overeenkomst daarentegen onder het toepassingsgebied van de handelshuurwet, dan kan een verhoging van de huurprijs worden opgelegd in volgende omstandigheden:

  • De normale huurwaarde van het gehuurde goed ligt, ten gevolge van nieuwe omstandigheden ten minste 15 % hoger of lager dan de huurprijs die in de overeenkomst is bepaald of bij de laatste herziening is vastgesteld.

De rechter doet uitspraak naar billijkheid, zonder rekening te houden met het al dan niet gunstig rendement dat uitsluitend aan de huurder is toe te schrijven.

De vordering kan enkel worden ingesteld gedurende de laatste drie maanden van de lopende driejarige periode. De herziene huurprijs geldt vanaf de eerste dag van de volgende driejarige periode.

Tot slot dient benadrukt dat voormelde regeling geenszins mag worden verward met de regeling betreffende de indexering van de huur.