Wat als de huurder aan het contract onderuit wil?

04 januari 2016
Teaser: 

Stephan Coenen is voorzitter van de Confederatie van Immobiliënberoepen (CIB Vlaanderen). Geen dag gaat voorbij of hij ervaart hoe belangrijk de baksteen voor de Vlaming is. Elke week krijg je zijn tips over kopen en verkopen, huren en verhuren.

Getekend is getekend: het is in vastgoedland een waarheid als een koe. Al beseft niet iedereen dat. Zo werd ik recent aangeklampt door een jongeman die een huurovereenkomst voor een appartementje getekend had. Maar nog voor de ingenottreding had hij zich plots bedacht en wou hij aan het contract onderuit. “Ik moet nu toch geen schadevergoeding betalen zeker?”, vroeg de man met enige wanhoop in zijn stem.

Clausule of geen clausule?
Juridisch gezien komt de beslissing van de huurder in dit geval neer op een contractbreuk. Hij weigert immers de overeenkomst verder uit te voeren. De verhuurder heeft dan ook recht op een  vergoeding voor de schade die hij lijdt door deze contractbreuk. Is er een clausule opgenomen in de huurovereenkomst (forfaitair bedrag verbrekingsvergoeding), dan weet de huurder onmiddellijk waar hij aan toe is.

Is er van een clausule geen sprake, dan zal de verhuurder zijn reële schade moeten bewijzen.

Raken huurder en verhuurder het eens over het bedrag van de verbrekingsvergoeding, dan doen ze er goed aan een document te ondertekenen tot minnelijke ontbinding van de huurovereenkomst. Daarin staat beschreven dat de partijen akkoord gaan om de huurovereenkomst te ontbinden, op voorwaarde dat de huurder een nader bepaalde verbrekingsvergoeding betaalt. Komen ze hierover niet overeen, dan zullen ze het geschil voor de vrederechter moeten brengen. Met andere woorden: je bent maar beter zeker van je stuk vooraleer je je handtekening ergens onder zet.

 

 

 

Share: