CIB Vlaanderen pleit voor versterkte zelfregulering in de strijd tegen discriminatie

Discriminatie op de woningmarkt blijft hoog op de politieke agenda staan. Op initiatief van Groen-parlementslid An Moerenhout organiseerde de commissie Woonbeleid van het Vlaams parlement er vorige week een hoorzitting over. Ook CIB Vlaanderen mocht haar visie voorleggen aan de leden van de commissie.

Het uitgangspunt is helder: discriminatie kan niet door de beugel. Het is niet aanvaardbaar dat een kandidaat-huurder louter omwille van afkomst of ras wordt geweigerd. Niemand binnen de sector zal dit betwisten.

Diverse onderzoeken tonen echter aan dat er wel degelijk wordt gediscrimineerd op de huurmarkt. Deze onderzoeken leiden de politiek tot één overkoepelende conclusie: een doordacht antidiscriminatiebeleid is geen overbodige luxe. Vraag is echter hoe een dergelijk beleid moet worden ingevuld. Voor CIB Vlaanderen zijn er alvast een aantal belangrijke uitgangspunten.

Uitbreiden aanbod

In eerste instantie moet rekening worden gehouden met het aanbod. Het huidige tekort aan private huurwoningen bezorgt de verhuurder een afnamegarantie: zijn pand zal vrijwel altijd verhuurd geraken, ook als bepaalde categorieën van kandidaat-huurders worden geweigerd. Discriminatie resulteert dus niet in een economisch verlies.

Die afnamegarantie wegwerken via een uitbreiding van het aanbod moet een centrale pijler zijn van een antidiscriminatiebeleid. Net daarom is het positief dat de bevoegde minister altijd heeft verdedigd dat er nood is aan een globale aanpak van de problemen op de huurmarkt. Die methodiek beoogt ongewenste effecten te vermijden, waarbij bijvoorbeeld een verstrenging van de handhaving net tot een reductie van het aanbod zou leiden. Want dat zou de problemen enkel doen toenemen.

Vastgoedkantoren

Als professionele sector is het logisch dat men van de vastgoedmakelaardij verwacht dat zij als toegangspoort tot de huurmarkt de wetten respecteert. Volgens sommige studies zijn de resultaten voor de sector echter niet rooskleurig. Nog te veel kantoren blijken bereid om in te gaan op specifieke wensen van de verhuurders die onder de noemer discriminatie vallen. Dat blijkt uit de Diversiteitsbarometer Huisvesting: 42% van de gecontacteerde kantoren was bereid om vreemdelingen te weren, 61% bij werklozen.

Het is belangrijk dat vastgoedkantoren de juiste werkwijzen ontwikkelen om goed om te gaan met een verhuurder die de vastgoedmakelaar vraagt te discrimineren. De overheid en de betrokken sectorfederaties moeten daarbij de hand durven uitsteken: de vastgoedkantoren good practices en de juiste instrumenten aanreiken, zal meer bereiken dan de belerende en eerder theoretische aanpak uit het verleden. Het discriminatieverbod vanop afstand opleggen is nu éénmaal gemakkelijker dan het in de praktijk te proberen toepassen.

Handhaving binnen de sector

Dit alles impliceert niet dat er geen nood is aan handhaving. Integendeel, de rotte appels die doelbewust en manifest discrimineren, hebben geen plaats binnen de sector. Wie toch discrimineert, is in overtreding met artikel 1 van de plichtenleer en kan daarop tuchtrechtelijk worden aangesproken.

Daarmee is ook meteen één van de voornaamste mythes rond discriminatie doorprikt: dat er geen sprake zou zijn van handhaving. De vastgoedsector beschikt over een handhavingsinstrument in de vorm van de tuchtprocedure. De straffen die daaruit kunnen voortvloeien zijn waarschuwing en blaam, maar ook schorsing voor een periode en als zwaarste straf de schrapping als vastgoedmakelaar.

In tegenstelling tot bij de private verhuurders kan het discriminatieverbod vandaag wel degelijk gehandhaafd worden binnen de vastgoedsector. Dat onderscheid tussen private verhuurders en professionelen is bovendien geen onbelangrijke kanttekening. Het marktaandeel van de vastgoedmakelaars bedraagt ca. 26%. Wat vrij snel tot de conclusie leidt dat de scherpe focus op de sector die men bij bepaalde organisaties wel eens terugvindt niet meteen tot een oplossing voor de globale problematiek van discriminatie zal leiden.

Versterking van zelfregulering

We moeten evenwel vaststellen dat de tuchtprocedure vandaag niet voldoende kan werken bij het bestrijden van discriminatie. In de voorbije vijf jaar zouden er bij het BIV amper 11 klachten zijn ingediend, waarvan de meerderheid werd gekenmerkt door een onvoldoende bewijslast.

Moeten we niet veeleer de werking van de tuchtprocedure en de rol van het BIV versterken, eerder dan –  zoals sommige partijen en organisaties – pleiten voor steeds nieuwe instrumenten, waarvan de meerwaarde onbewezen is? Zelfregulering staat niet voor vrijheid, blijheid. Integendeel, in de vastgoedsector is zelfregulering inherent verbonden aan handhaving, met het risico op zwaardere sancties dan deze die men via burgerrechtelijke of zelfs strafrechtelijke weg zou kunnen bekomen.

CIB Vlaanderen is ervan overtuigd dat een versterking van de zelfregulering de beste wijze is om het discriminatieverbod in de praktijk te realiseren. Maar laten we vooral niet vergeten dat discriminatie een breed maatschappelijk probleem is, waar veel sectoren mee worstelen. En misschien kunnen we net daar, bijvoorbeeld bij de interimsector, voor een stuk de mosterd halen.

Toegangsbeleid

De vastgoedsector moet durven meedenken over de invulling van een doordacht antidiscriminatiebeleid. En dat durven meedenken impliceert ook dat we duidelijk zijn over waar we niet in geloven. De sector gelooft niet in praktijktesten, die een vorm van uitlokking zijn en die weinig tot niets bijdragen tot het verhogen van de bewijslast. De sector gelooft niet dat we de focus van de Vlaamse Wooninspectie moeten weghalen van het aanpakken van zware woningkwaliteitsproblemen. Dergelijke voorstellen worden door de verhuurders aangevoeld als de zoveelste repressieve interventie.

CIB Vlaanderen gelooft wel in een toegangsbeleid, waarbij verhuurders positieve redenen worden gegeven om in het selectieproces toch voor een huurder met een zwakker profiel te kiezen, omdat de verhuurder extra garanties krijgt van de overheid rond de betaling van de huurprijs of omdat er een financiële stimulus wordt voorzien.

Dit toegangsbeleid moet samen met een versterking van de zelfregulering, krachtige sensibilisering, duidelijke rechtsregels en een voldragen aanbodbeleid de kern vormen van een Vlaams antidiscriminatiebeleid. We kunnen maar hopen dat de politici dit pleidooi, dat we brachten in de commissie Woonbeleid, naar waarde hebben kunnen schatten.

Share: